• Herbert Hesters

Het verleden als basis voor het moderne wielrennen: ik ben pro!

Gisteren werd de eerste "echte" wedstrijd van het nieuwe seizoen gereden. Primož Roglič klopte Pogačar in het Sloveens kampioenschap. De wedstrijd werd enkel in beeld gebracht via een betalende livestream. De beelden werden geleverd door de Sloveense wielerbond. Naast een bedroevende kwaliteit werd ook een belangrijk deel van de actie in de finale gemist. De consument kreeg weinig waar voor zijn geld, de sponsors kregen niet hun verwachte zichtbaarheid.

(Foto: Loetie Photography)


Betalende livestreams zijn één van de experimenten waar het wielrennen de laatste tijd mee te maken krijgt. Organisatoren als Flanders Classics proberen de wedstrijden spannender te maken door na te denken over andere formats en kortere wedstrijden. Eurosport heeft als commerciële partner zijn deels betalend platform en experimenten zoals de Hammer Series komen op de proppen, maar worden tijdelijk (of definitief?) opgeschort. Dimension Data digitaliseert gegevens van renners live in de uitzending om een jonger publiek aan te trekken tijdens de uitzendingen. Ook de openbare omroep in België staat onder druk, onder andere door discussies of het wel opportuun is om klassiekers als de Ronde van Vlaanderen van start tot finish te coveren. Er beweegt wat de laatste jaren, om het op zijn zachtst te zeggen.


Naast deze experimenten woedt al langer de discussie of het verdienmodel van het wielrennen onder deze vorm kan doorgaan. Ploegen zijn vaak voor 95% afhankelijk van sponsors en komen snel in de problemen als één of meerdere geldschieters afhaken. Regelmatig roepen managers om meer geld naar de ploegen te laten vloeien om uiteindelijk de invloed van mecenassen te verminderen. Dit zou kunnen gebeuren door meer opbrengsten van de organisatie naar de ploegen te laten vloeien of extra inkomsten te genereren die ook grotendeels naar de ploegen gaan (bijvoorbeeld door ticketverkoop, betere verdeling TV-gelden, ...). Nu worden vaak enkel organisatoren, zoals ASO, rijker van extra gelden die in de sport circuleren.

Er wordt door verschillende partijen geprobeerd om het product wielrennen op een meer aantrekkelijke manier in de markt te zetten. Enerzijds om de sponsors beter in beeld te brengen, anderzijds om meer kijkers en, vooral jongere, supporters aan te trekken.


Stilstaan is achteruitgaan wordt vaak gezegd, maar is dat ook zo? Moet er geraakt worden aan het huidig model en moeten we op zoek naar spectaculairdere formats?

Het huidig model bewijst al vele decennia zijn waarde. Ploegen zijn inderdaad afhankelijk van grote sponsors. De return voor deze sponsors is moeilijk te meten, maar grote firma's als Soudal en Deceuninck geven toch eerder aan dat de balans positief is. Patrick Lefèvre en andere teammanagers spreken van een return van verschillende euro's tegenover elke geïnvesteerde Euro. De sponsors die investeren in het wielrennen verhogen hun zichtbaarheid en krijgen waar voor hun investering, vooral als het firma's betreft die wereldwijd actief zijn. Sponsoring in het wielrennen is vele malen effectiever in vergelijking met sponsoring in het voetbal bijvoorbeeld. Het kan niet anders dat bedrijven het nut gaan blijven inzien van deze manier van promoten.


De laatste jaren heeft het wielrennen ook een boost gekregen door de investeringen van de openbare omroep. Wedstrijden worden perfect in beeld gebracht en er wordt veel geïnvesteerd. Dit werpt zijn vruchten af. Wedstrijden als de Ronde van Frankrijk lijken door voorspelbaarheid aan populariteit in te boeten, maar in Vlaanderen en Nederland is het wielrennen populairder dan ooit.


Misschien moeten we aanvaarden dat wielrennen niet voor iedereen is weggelegd.

Niet iedereen vindt het tactische spel en de opbouw naar de finale aantrekkelijk in een wielerwedstrijd. Het spectaculairder maken van een wedstrijd gaat deze twijfelende groep ook niet over de streep trekken. Wielrennen zit in de Vlaamse cultuur. Er zijn altijd jongeren en kinderen geweest die reikhalzend uitkeken naar de start van de live-uitzending van een wedstrijd. Deze groep bestaat, uit eigen ondervinding, nog steeds en zal altijd blijven bestaan. Een blijvend investeren in de wielerverslaggeving van de openbare omroep zal de interesse verder aanwakkeren, jong en oud aanspreken en kijkers en sponsors blijven aantrekken.


Laten we dus niet te veel morrelen aan de fundamenten van de koers: grote rondes duren drie weken, ritten van 60 km zijn niet voor elke dag, klassiekers zijn langer dan 250 km en de Ronde van Vlaanderen moet van start tot finish op de buis. Wielerploegen hebben ook recht op een groter deel van de koek, zowel bij bestaande als toekomstige initiatieven.


Maar bovenal : laat het verleden de basis zijn voor de verdere uitbouw van het profwielrennen. Een prachtige sport moet niet heruitgevonden worden.



  • Facebookpagina
  • Instagram
  • Twitter

nieuwsbrief